donderdag 29 januari 2026

Moutzhof

Op het kruispunt van de N273 en de Hoverhofweg ligt boerderij Moutzhof. Achter de haag verscholen aan de rotonde Hoverhof op het adres Hoverhofweg 78, Hout-Blerick. Langs de bovenrand van de oude maasmeander Dubbroek liggen een aantal oude boerderijen. Moutzhof is een van de oudste boerderijen van Hout-Blerick. Oorspronkelijk heette deze boerderij, die al in 1329 bestond, Geuterlo of Goeterlo, hetgeen bezit in een bosrijke streek betekent. Om onduidelijke redenen heeft het geen monumentale status.In deze weblog is wat informatie verzameld die iets meer vertelt over deze bijzondere plek. In 1329 reeds was zij bezit van ene Rutgerus. In 1408 werd zij door Vriendzwent van Brede en haar zoon Willem van Kessel verkocht aan hun neef Reinier van Boerlo. Later werd zij o.a. via de families Mouts en Bucken eigendom van Philip Richarts en zij was 32 morgen groot. Vanaf de 17e eeuw werd zij Moutzhof genoemd naar de Venlose eigenaar, de magistraatsfamilie Moutz of Moeits[1].

Hieronder staan een vijftal pagina’s getranscribeerd over de periode 1628-1648. Hieruit blijkt de relatie met het huis Bree (Brede, Maasbree) en het Cuijks recht. Tevens zien we twee generatie Moeits (Moutz): Dederich (±1600-1660) en Gijsbert (±1602-±1664). Ook een van de pachters wordt genoemd: Dries Sanders (geb.1597). In de bijlage wat meer toelichting op de genealogieën Moeits (Moutz) en Sanders. Ook verderop in de bijlage wat Wikipedia weet te vertellen over het huis Bree. Het is verre van compleet maar geeft wat meer zicht op de rijke geschiedenis van Hout-Blerick.

GAV 71 inv.nr.44 Huis Bree Lenen

[p.25] Dederich Meutz - Anno 1628 den 22 January ist voren mir Johan herr des hauss Bree[2] belent den Ehrentachtpar der vornhoeme Dederich Meutz mit dem hoff Gutelray samptt alle dat ingehorige appendentien und dependentien in kerspell Blerigh [Holtblerigh] g(e)legen in beijsein dat Erbare unnd Frome Jan van Hoff Johann Ingenhauss[3] unnd Henrich von Tongerloe als Mannen von Lehen, unnd hatt darauff obst[4] Dederich Meutz gewonlichen Eijdt gethan auch hergeweijtt behaltt, den hem mannen van lehen unnd umbstandt 15 ggl[5] behalsten gewonliche Jura ad 4 ggl, auch bej seinen Eijdt behalten, das Er das Lehen nit verenderen noch verplaitsen soll, dan mit g(e)willinghungh seine Lehen herns, ges(c)hrefen binne Venlo in obst Meutz behaussingh tagh und jhar als oben.

[61] Ich Johan von Praijon Poßeßor des hauß Bree attestiere ende certificere mitt diesen, dat ick op ernstelick anhalten von den Ehrenthofften ende sehr discretten Geistbert Moots burger binnen Venlo hebbe geconsentiert ende toegelaeten, consentire ende laete toe, mets diesen, dat hij uutter sijnen goedt genant Guteroij tot Holdblerlick geleg(en) aenden huiße tot Bree lehnrurigh, sall mogen vercoopen tot synen schonsten ende meisten profijt, twe stucken baulants genant die Hech mijtte ad acht ad negen morgen ungeferlich grott, oock is der vorss Gijßbert Moots hier mede groetroijestt, wat sich mehr befinden wirt von lehngoet vercocht te heeben, als hem in die octroye van 1630 vergunt kopperen sulcks vreij sullen ‘t lehnboeck mogen stellen, ende dat alles

[62] behandelick vnss ende jedermenniglich syn Recht ende gerechtigheitt, op conditie dat der vorss Gijsbert Mootz, gehalten sall syn heel transport vande voorss vercochte parcilen t’doen voor ons, ende mannen van lehn op feret dat het selve van geenen effect en sollen sortieren, offte bundig wessen, welcken transport oock alsoe op huijden dato onderschrieven voor mij ende mannen van lehn ondersch(reven) geschiedt ende gethan is an Driess Sanders[6], und heeben alsoe mitt deesen Driess Sanders aen vorgenoempte parcilen baulants als oock met and(ere) vercochte ses mergen Wijlandts ende Bongart in behoff der andere parthien ein belent ende voor unssen lehnman aengenoemen,

[63] die welcke alsoe dijckwils dit Lehn compt t' vaciren[7], sullen als dan per quota selven betalen tot Kucksen kluppeleen rechten, alles al soo gethan ten overstaen als lehrmannen Driess von Berchem[8] ende Heindrick von Hoff[9] die welcke dit beneffens mij mit eigener handt heeben onderschrieven actum Bree den 21 Martij 1640.
Johann von Praijon, Henrijck van Haeff als mannen van [leen]
Dries van Berchum
Dit selve heeft der Eerentachtbare Lenaert van Arssen[10] Burger en Tollenaer tot Arssen Venlo beschudt ende gerechticheyt betaelt den 28.April 1640.

[p.76] Op huijden den 20. April 1648 heeft voor mij Henrij Bernard edelman der Arthelerije van zijne Co. Mat leen[heere] ten overstaen van mijnne mannen van leen Dries Berchum en(de) Henrick van Haeff naer affsterven van Dirck Moutz, Lenaert van Arssen tollenaer dat leen den hoff Goeterloe genant tot Holtblerick inden kerspel Blerick geleghen mit alle zijnen toebehoor, rechten ende gerechticheyt soo wie hij aldaer geleghen is, gereleveert naer Kuijcksen rechten die iura daer toe staende betaelt den eerst(e) gedaen en(de) gelooft van desselve leen nijet te veralieneren, versetten off vercoopen sonder voorgaende consent en(de) octroye, en(de) sal doen in alles wat eenen getrouwen leenman zijn leenheere schuldich is, voorbehalden mij leenheer en(de) yeder een sijne goeden rechten, geschreven 20 April 1648 in presentie van voirss mannen van leen, welcken hoff oock altijt leenrurich is geweest aen het voirss Adelyck huys Brey naer Kuyckschen rechten actum den 20 April 1648. Bernard.

Bijlage

Genealogie Moeits – Moutz
Zie (1): Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek; zie (2) Genealogie Limburg Wiki Moeitz

I. Henricus Moeitz wijnkoopman, pachtte de tol van Venlo voor 7 jaar in 1541, ovl. voor 1565, trouwde Venlo 15-08-1537 Elisabeth Ingenhuys, dochter van Peter Ingenhuys en Margaretha Boener. Kinderen van Henricus en Elisabeth:

  1. Petrus, jurist, ovl.Venlo 20-02-1620, schepen Venlo 1586-1620, regerend burgemeester 1590, 1596, 1600, 1604, 1607, 1614 en 1617, stadhouder van de Hornse lenen 1588, trouwde Anna Creckelmans, dochter van Georg Creckelmans en Otte van Ruremunde. Kregen drie kinderen: Henricus, Elisabeth, Petrus
  2. Theodorus, volgt II.
  3. Henrica, vermeld 1566-1592, weduwe in 1588, trouwde Venlo 27-05-1566 met Wilhelmus van der Donck.

II. Theodorus Moeitz (Dederick), geb. te Venlo ca. 1540, ovl. Venlo in 1598, zoon van Henricus en Elisabeth Ingenhuys. Hij was rentmeester van Venlo in 1570, peyburgemeester in 1588 en 1594, raadsverwant 1589-98. Hij woonde volgens de schatcedule van 1572 op de Jodenstraat en was in 1588 één der erfgenamen van Anna Ingenhuys, weduwe van Joannes de Verver. Hij trouwde 24-01-1565 Margaretha de Laet, dochter van Lenart de Laet (schepen van Venlo 1568-76) en Beatrix Roffertz en hertrouwde 26-01-1575 Elisabeth van Oeyen, dochter van Joannes van Oeyen. Zij leefde nog als weduwe 06-09-1621, toen zij aan pastoor Goswinus Deckers 300 gulden schonk om een schilderij voor de kerk aan te kopen. Uit het eerste huwelijk een zoon:

  1. Petrus, geb. te Venlo ca. 1575, ovl. Venlo 21 Juni 1626; volgt III; uit het tweede huwelijk nog vier kinderen:
  2. Joannes overleden vóór 1615
  3. Wilhelmus, geb. te Venlo ca. 1578, ovl. te Roermond 24-12-1631, hij was regerend burgemeester van Roermond 1622 en 1631. Hij was gehuwd met Maria van Meijsenborgh, uit welk huwelijk de volgende kinderen: Elisabeth, Theodorus, Godefridus Wilhelmus, Wilhelmus.
  4. Grietgen, overleden voor 09-10-1630, trouwde Petrus Cuijpers, overleden voor 06-10-1626, zoon van Peter Cuijpers en Theodora (Diricksken) Wijnen.
  5. Anna, geb. ca. 1681, ovl. na 10-10-1615, was getrouwd met Wilhelmus Duycker.

III. Petrus Moeitz, geb. te Venlo ca. 1575, ovl. Venlo 21-06-1626. Op 09-07-1591 deed Mr. Johan Bartholdtz van Buerscheit te zijnen behoeve afstand op alle gerechtigheid als deze mocht hebben op het leengoed die Frieborgh of Vrijborg, gelegen op de Jodenstraat te Venlo. Op 21-06-1607 ontvingen hij en zijn echtgenote Aeltgen (of Aleidis) Hagens van Peter van Weset en Catrijn de Groet, zijn huisvrouw, en consorten den halven bouwhof Guetelroe (ook Moudtshof genaamd), gelegen te Blerick, leenroerig van het adellijk huis Bree (Maasbree), waarvan zij de andere helft reeds bezaten; op 15-12-1615 sloot hij een verdrag met den abt en het klooster van Aldencamp, wegens genoemden hof, waarbij de twee oude schilden en lijfsgewin-gerechtigheid, die dat klooster beweerde te hebben, wegens gemelde hoeve, werden afgekocht met 150 gulden Brabants. Hij deed 20-12-1618 den eed als raadsverwant en 19-12-1620 als schepen van Venlo, was regerend burgemeester in 1623 en wordt in 1625 vermeld als provisor der huisarmen. Zijn echtgenote Aeltgen Hagens schonk hem de volgende kinderen:

  1. Theodorus (Dirk, Dederik), geb. te Venlo ca.1600, aldaar ovl. ca.1660, erfde van zijn ouders den halven hof Bosch te Leuth (D) bij Venlo, welke hij wegens schulden 13-01-1630 met zijn echtgenote verhypotiseerde. Zijn financiële toestand werd na verloop van jaren niet beter. Zijn vrouw was gestorven, zijn enig zoontje Petrus onder voogdij gesteld van zijn oom Gisbert Moeitz en de door de stad aangestelde voogden Hendrik Ingenhuys en Willem van Darth en uitbesteed bij zijn tante Margaretha Moeitz, echtgenote van den tollenaar Leonard van Aerssen, terwijl hij zelf in den kost was gegaan bij Willem de Groot voor 160 gulden per jaar. Genoemde halve hof werd 22-01-1644 in het klooster Maria-Weide aan Margaretha Craenen, weduwe van Johan Boermans de Oude, en haar zonen Johan en Egidius Boermans verkocht voor de som van 3400 gulden en 25 rijksdaalders. Ook het huis genaamd de Vrijborch, leenroerig van den koning van Spanje als hertog van Gelder, gelegen op den hoek van de Jodenstraat en de Houtstraat te Venlo moest hij 16-09-1644, uit kracht van brieven van octrooi van het hof van Gelder d.d. 12-12-1637 en nadere ordonnantie van hetzelfde hof dd. 21-05-1644, gerechtelijk verkopen, het kwam 16-09-1644 aan Dirk's zwager Leonard van Aerssen. Uit zijn huwelijk met Anna Boenen, dat 19-02-1623 was gesloten, werd een zoon geboren, Petrus (ged. 07-06-1630).
  2. Gisbertus, graanhandelaar; geb. ca. 1602, ovl. vóór 06-03-1664; trouwde 16-01-1628 Agnes van Bueren, dochter van Cornelis van Bueren en Maria Sweijns. Kinderen van Gisbertus en Agnes:
    • Aleidis (Aldegonde), gedoopt Venlo 08-04-1629, begraven Venlo 19-09-1689, trouwde (1). Venlo 29-01-1658 met Christophorus Hacken; trouwde (2). Bartholomeus Douven, gedoopt Maaseik 17-02-1632, rentmeester Venlo 1673, raadsverwant vanaf 1673, peyburgemeester Venlo 1675 en 1676, zoon van Melchior Douven en Anna Laureijnen.
    • Maria, gedoopt Venlo 15-08-1631, begraven Venlo 05-11-1707.
    • Petrus, gedoopt Venlo 17-04-1635, overleden Venlo 20-11-1685, munitiemeester Venlo, schepen Venlo vanaf 1675, regerend burgemeester Venlo 1678 en 1683, trouwde Gertrudis Catharina de Groot, gedoopt Venlo 01-06-1644, begraven Venlo 06-12-1707, dochter van Joannes de Groot en Elisabeth Woestingh.
    • Cornelia, gedoopt Venlo 16-06-1643, begraven Venlo 16-01-1709.
    • Elisabeth, gedoopt Venlo 01-12-1647, begraven Venlo 09-11-1712, trouwde Venlo 09-09-1683 met Arnoldus Bloemaerts, geboren Grave, overleden Venlo 13-01-1733, schepen Venlo 1688-1713, burgemeester Venlo 1692, 1697, 1699, 1705, 1706 en 1712, geheimraad van de keurvorst van de Paltz, zoon van de burgemeester van Grave, Franciscus Bloemaerts en Maria Leijten.
  3. Margaretha, geb. ca.1604, trouwde 12-11-1628 Gerardus Honnen en daarna 03-10-1633 Leonardus van Aerssen, stadstollenaar 1620-64;
  4. Leonardus (Linnert), geb. ca.1606, ovl. Venlo 15-07-1659, schepen Venlo 1651-1659, rentmeester Venlo 1651-1653, regerend burgemeester Venlo 1659, trouwde Venlo 06-03-1629 met Aleidis van Bueren, dochter van Cornelius van Bueren en Maria Sweijns.

 

Andreas Sanders, geb.08-06-1597, getr. 10-07-1633 met Anna van Geuterloo (alias ingen Riet, Mouts), hun kinderen:

  1. Andreas, geb.00-02-1634 , getr.Maria Beurskens (Kessel)
  2. Catharina, geb.07-02-1636, getr. Petrus Michels (Horst) 
  3. Margareta, geb.12-03-1645, getr.Laurentius in gen Ael
  4. Joannes, geb.13-10-1647, getr. Petronella Smits (Horst)
  5. Maria, getr. (1) Godefridus Mans, getr. (2) Petr.Geurts
  6. Jacoba, geb.04-01-1654

 

Huis Bree

Huis Bree was een kasteel uit de 14e eeuw of eerder in de buurtschap 't Rooth bij Maasbree in de gemeente Peel en Maas. Het kasteel stond ook bekend als Huis Aarsen omdat de eigenaren in Arcen woonden. Op deze locatie bevindt zich tegenwoordig de boerderij de Plaats.
Het huis wordt in de leenregisters van de hertog van Gelre voor het eerst vermeld in 1431 met als eigenaar Brant die Rover (die tevens schepen in 's-Hertogenbosch was) en was daarvoor een leengoed van Cuijk. Dit kwam doordat de heer van Cuijk op 15 december 1400 al zijn bezittingen aan de hertog had afgestaan. De heerlijke rechten kwamen altijd toe aan de hertog. De kasteeleigenaar van dit riddermatig goed had wel recht op een adellijke plaats in de Staten van het Overkwartier.


Via Johanna die Rover die trouwde met Hendrik van der Donck, kwam het aan hun dochter, die trouwde met Herman van Winckelhuysen. Hun dochter Anna kreeg uiteindelijk via een proces dit bezit in 1571. Haar dochter Clara  Margaretha van Pallandt liet bij testament het huis na aan Johan Prayon die in 1642 ermee beleend werd. Na erfenisruzies werd Reynier van Gelre in 1650 ermee beleend naar Cuijks recht en voegde het toe aan zijn bezittingen te Arcen. Hij kocht ook de heerlijkheid Maasbree van de koning van Spanje erbij in 1673. De eigendom loopt dan hiermee gelijk op. De familie Van Dalwigk zu Lichtenfels verkocht de boerderij aan de burgemeester van Maasbree, Gerard Peeters, in 1871.

[Op een tekening van Jan de Beijer uit 1738 staat de ruïne afgebeeld als een rechthoekig en eenlaags kasteel met op een hoek, rechts van de ingang, een ronde toren]

 


[1] Genealogie Moeits – Moutz zie bijlage

[2] Zie bijlage Huis Bree (Wikipedia)

[3] Joannes Ingenhuys

[4] obenstaende

[5] goltgulden

[6] Gezinsklapper nr. 1531: Andreas Sanders, getr. Anna van Geuterloo (alias ingen Riet, Mouts), zie bijlage voor het hele gezin

[7] Vacant komen

[8] Gezinsklapper nr. 95: Andreas van Berchum, getr. Cunegundis Hilkens (Scheperjans)

[9] Hendrik van Haeff, zie gezinsklapper nr. 687

[10] Leonardus van Aerssen, stadstollenaar 1620-64, getr. 03-10-1633 met Margaretha Moeits, geb. ca.1604